Nederlandse Interkerkelijke Gemeente Denia
De Pastor en de Praeses
06/12/18

Ds. Willem van Buuren heeft op zondagmiddag  11 nov. zijn boek gepresenteerd aan onze gemeente.
Het is een bundeling van uitgewisselde gedachten en standpunten over God, Geloof en Gemeente tussen hem en de praeses van de kerk van Guardamar.
Het boek is de komende periode  voor 15 euro te verkrijgen bij Derk Rozema

Je kunt liefde niet verstoppen omdat het lastig is
22/11/17

Anderen konden homoseksueel zijn, maar niet dominee Anne-Marie van Briemen. Dat dacht ze, tot de liefde haar inhaalde. Nu treedt de protestantse predikant uit Boskoop voor het eerst naar buiten met haar verhaal om anderen dezelfde worsteling te besparen. Over geloof, wanhoop, lege plekken in ‘haar’ kerk en vooral: liefde.


Anne-Marie van Briemen (39) stapt naar voren op de Generale Synode, de landelijke vergadering van de protestantse kerk.
Vanmiddag zal het bestuur praten over de beslissing homohuwelijken ook in de kerk in te zegenen.
Het gaat haar letterlijk aan het hart.

Lang wist Van Briemen zich geen raad met haar geaardheid, nu staat daar de dominee die worstelde en bovenkwam.
Het verbaast haar zelf misschien nog het meeste. Nooit was ze zo open.
Ze voelt zich kwetsbaar, maar het is tijd om het anderen gemakkelijker te maken dan zij het heeft gehad.

Als kind is Anne-Marie gelovig ‘tot en met’. ,,Ik kreeg het van thuis mee, in een positief klimaat.’’
Ze gaat in Gouda naar het gymnasium op het Driestar College, waar de meisjes rokken dragen en het geloof een centrale rol heeft.
Daarna kiest Van Briemen voor een studie theologie. Ze belandt in Utrecht, daarna in Oxford. Ze is zo’n typische student die bij een vereniging zit en woont in een rommelig studentenhuis.
Maar altijd is er het geloof. Ook als ze op zaterdag werkt in de supermarkt in Bodegraven. Voor ze het weet, is ze met klanten in gesprek over God.

Van Briemen is zo’n twintig jaar als ze merkt dat ze op vrouwen valt.
Een mokerslag voor de vrouw die het al uitdaging genoeg vindt om als vrouwelijke theoloog haar weg te vinden in de kerk.
,,Als je dan ook nog homo bent… Ik herinner me een krantenartikel uit die periode, waarin vanuit de behoudende Gereformeerde Bond wordt beschreven hoe afschuwelijk het is als er in de kerk ruimte komt voor de vrouw in het ambt en homo’s in een relatie.
Het trof me diep. Tegen de vrouw in het ambt, tegen homo’s, oftewel: tegen mij. De kerk die voor mij zo belangrijk was, zei dat er voor mij geen plaats was.’’

Afgewezen  Ze begraaft haar gevoelens voor vrouwen. ,,Het was te moeilijk. Ik wilde met hart en ziel Jezus volgen, hoe kon mijn geaardheid daarin een plek hebben? Ik had geen idee, ik had ook geen voorbeelden.’’ Van Briemen voelt zich niet afgewezen door God, maar vreest wel dat de kerk dat zal doen.
Het maakt het alleen maar moeilijker haar gevoelens te delen.
Boven haar studententijd pakken donkere wolken zich samen.


,,Uiteindelijk vertrouwde ik het stukje bij beetje toe aan mensen die dicht bij me stonden.’’
Maar wat ze voelt is te fragiel, te kwetsbaar om massaal te delen. Ze geniet van vrienden en haar werk, gaat als jeugdmissionaris aan de slag, maar het is alsof daarboven een donkere schaduw hangt.
,,Ik wist: als ik ooit een relatie zou krijgen, dan zou ik ander werk moeten zoeken.’’ 
Ach, ze is ‘niet licht ontvlambaar in de liefde’ en gaat daar ook niet naar op zoek. Jaren gaan voorbij,
Van Briemen wordt in 2012 gemeentepredikant in kwekersdorp Boskoop. In feite negeert ze haar geaardheid.
,,Ik dacht dat ik er weinig mee moest, maar misschien ontbrak het me vooral aan moed om mezelf te aanvaarden.’’

Dan wordt ze ‘ingehaald door de liefde’.  Wat is Van Briemen blij met de verliefdheid op Pieranna, die haar zo overvalt. ,,Het was samen zo kloppend, zo passend. Iemand die je bestaan bevestigt.’’ ‘
Een hulpe tegenover, die bij mij past’, citeert ze de bijbel. Tegelijkertijd voelt ze de angst, die de liefde met zich meebrengt.
,,Die zat dieper in me dan ik zou willen. Als je uit een traditie komt waar een homoseksuele relatie not done is, moet je wel heel sterk in je schoenen staan om uit dat systeem te stappen.
Je moet zo veel grenzen over. Als je gewoon hetero bent, hoef je daarover nooit na te denken.
Ik was ook bang wat het zou doen met de kerkelijke gemeente waar ik predikant ben. Mijn angst was dat de gemeente het niet zou trekken, dat die uit elkaar zou vallen.’’

'Ik ging eraan kapot'  Van Briemen begrijpt: als het misgaat, kan ze haar boeltje pakken en vertrekken.
Ze durft de liefde dan ook niet aan, maar betaalt daarvoor een hoge prijs. ,,Ik ging er aan kapot. Liefde onder het tapijt stoppen omdat het te lastig is, dat kan gewoon niet.’’
Van Briemen vindt steun bij twee collega’s in het dorp. Zij helpen haar overeind te blijven. En ze bidt.

,,In al mijn wanhoop gebeurde er iets. God zag me, gaf houvast. Ik hoorde zijn stem: Ik ben die ik ben, waarom ben jij niet, wie jij moet zijn?’’
Het zorgt voor een ommekeer.
Van Briemen vindt het doodeng, maar ze kan niet anders.
Ze volgt de liefde. Ze heeft niets meer te verbergen, niets om zich voor te schamen.
Ze heeft God, de liefde en ze wil er eerlijk en oprecht over zijn.

Het stormt in Boskoop. Wekenlang. Misschien wel maanden. De kerkenraad steunt Van Briemen, net zoals leden van de gemeente. Ze gunnen haar de liefde, sturen kaarten, mails, bloemen. ,,Er waren mensen die zeiden: wie zijn wij, om hier wat van te vinden?’’

De keerzijde is er ook. Wat Van Briemen vreesde, gebeurt. In de kerk ontstaan lege plekken. Een huwelijk hoeft zij plots niet meer in te zegenen. In de winkel keren sommige mensen haar de rug toe. Preekbeurten buiten Boskoop worden plots afgezegd. ,,Er was ook verwarring, verdriet, teleurstelling en pijn. Daar heb ik begrip voor. Maar er waren ook mensen die oordeelden dat ik van mijn geloof was afgevallen, terwijl ik door deze worsteling juist zo veel dieper verankerd raakte in de liefde van God.’’


Terug bij de basis 
In het oog van de storm ontstaan gesprekken, over wat er werkelijk toe doet in het geloof. ,,Doordat ik open werd, werd de gemeente dat ook. Het bracht ons terug bij de basis. Mijn collega’s en het pastorale team van onze kerk voerden veel gesprekken. Ze hielden mij uit de wind omdat het zo heftig was. Ik werd wel ‘eventjes’ beoordeeld op het diepste van mezelf: mijn geloofsidentiteit en mijn seksuele identiteit. Maar binnen in me was een vrede die mijn verstand te boven ging.’’
Tijdens de converstaties die Van Briemen zelf met gemeenteleden heeft, merkt ze wat openheid doet, wat kwetsbaar zijn teweeg kan brengen. Nu kan ze écht delen: de pijn, de moeite, de weg die ze gaat. Ze vindt anderen in het geloof. Er blijkt ruimte voor haarzelf, in alle facetten, net zoals er ruimte is voor anderen. ,,Zelfs als je het niet eens wordt, kun je elkaar tot zegen zijn, ook al is het moeilijk en is er soms veel tijd voor nodig om elkaar te aanvaarden. Maar de Heer houdt van ieder mens - homo of hetero. Dat zorgt voor verbinding. ’’


Lege plekken
.
Toch blijven er de lege plekken, als Van Briemen voorgaat. ,,Het doet me pijn, voor de mensen die wegblijven, voor de gemeente. Het raakt me elke keer weer om te zien dat er rafelranden zijn, want we zijn één gemeente, aan elkaar gegeven.’’
Het is niet niks over dat alles te vertellen. Toch doet Van Briemen het. Afgelopen vrijdag voor het eerst op de Generale Synode, waar het bespreekpunt het homohuwelijk is en haar toehoorders met tranen in de ogen luisteren. Na een aarzeling volgt nu de krant. Gisteren besprak ze haar keuze daarvoor tijdens de dienst die ze leidde. ,,Liever vertel ik mijn verhaal helemaal niet, daar houd ik helemaal niet van, maar ik moet het doen omdat we het in onze kerken zo moeilijk vinden te praten over homoseksualiteit, wat het betekent voor mensen, wat voor pijn dat geeft. Eind van het liedje is, dat het geen discussie over standpunten is, maar dat we het hebben over mensen.’’
,,Ik gun niemand zo’n weg die ik gegaan ben. Daarom wil ik getuigen van de goedheid van God, die zo veel groter is dan ik dacht.’’ Van Briemen dient God nu samen met de vrouw die ze liefheeft. Het is goed zo, eindelijk. Op de synode is besloten meer tijd te nemen voor het gesprek over het homohuwelijk. ,,Een mooi teken dat de kerk er zorgvuldig mee om wil gaan.’’ De dominee die ooit zocht naar een voorbeeld om met haar geaardheid om te gaan, is nu zelf dat voorbeeld geworden.


Een hoekje voor je ziel.
27/06/17

Steeds meer mensen richten een plek in, waar ze stil kunnen zijn. Zij zoeken een plaats om tot rust te komen. Want je ziel heeft een eigen plek nodig, een vertrouwde plaats om met zichzelf te zijn. Dat kan binnen of buiten je woning zijn. Een gelegenheid om rustig contact te kunnen maken met jezelf, met je dierbaren, of met het grotere om je heen. Zo’n plek in huis wordt vaak ingericht als een huisaltaar. De term huisaltaar kan soms verwarring geven of weerstand oproepen. Maar met offeren of goden vereren heeft een modern huisaltaar niets van doen. Je kunt het ook meditatieruimte of stilteplek noemen. Een huisaltaar is een ‘seat for the soul’.

Nu is binnen het boeddhisme en het hindoeïsme de aanwezigheid van een huisaltaar een vanzelfsprekend onderdeel van de inrichting van de woning of het erf. Niet zelden is de ruimte die voor het huisaltaar is bedoeld, bepalend voor de verdere inrichting. Wie in dit soort landen heeft gereisd, kan zich daar wel een voorstelling van maken. In vrijwel ieder huis waarin de bewoners het boeddhisme of het hindoeïsme aanhangen, is binnenshuis of in de tuin wel een huisaltaar te vinden. En vaak worden er dagelijks rituelen bij uitgevoerd.

Vanaf de tweede helft van de Middeleeuwen neemt in het christelijk geloofsleven het gebruik van huisaltaren enorm toe. Niet alleen bij gelovigen thuis, in de vorm van een voorstelling  van bijvoorbeeld de heilige familie bestaande uit Jezus, Jozef en Maria. Maar ook als  huisaltaartje voor onderweg, waarvan de deurtjes konden worden geopend als de gelovige bezitter een gebed wilde uitspreken.

Door de komst van de Reformatie liep het gebruik van huisaltaren bij protestanten snel terug door de letterlijke interpretatie van het verbod om een gesneden beeld te mogen maken. Na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) verdwenen ook bij veel katholieken de traditionele huisaltaren naar de zolder. Lieverlee kregen de huisaltaren een steeds oecumenisch karakter met voorwerpen uit verschillende religies en tradities. Zo kunnen we Maria en Boeddha soms naast elkaar zien staan. Ligt de rozenkrans naast het Tibetaanse gebedssnoer. Of hangt er een Indiaanse dromenvanger naast het bekende tegeltje met "Ik ga slapen ik ben moe, ik sluit mijn beide oogjes toe, Heere, houdt ook deze nacht,
over mij getrouw de wacht”.



In het Waterlandziekenhuis van Purmerend, waar ik naast mijn predikantschap werkzaam was op oncologie, gynaecologie  en pulmonologie (longziekten), heb ik gemerkt dat het ontvangen van een rozenkrans werd gewaardeerd. Niet allen door katholieken en protestanten maar ook door patiënten die ‘nergens meer aan doen’.

In de huidige moderne tijd waarin het geloof steeds minder het exclusieve terrein van de kerk is, vinden we steeds meer huisaltaren met niet-religieuze verwijzingen. De aanwezigheid van een Mariabeeldje is al lang niet meer gereserveerd voor een katholiek. De voortschrijdende ontkerkelijking van de achter ons liggende decennia ontkerkelijkte ook het huisaltaar. Tegenwoordige huisaltaren zijn niet perse gebonden aan een bepaalde religie of traditie. De klassiek religieuze voorwerpen hebben ruimte gemaakt voor andere dingen, en dat kan van alles zijn. Veel mensen hebben een huisaltaar in huis, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn.

Denk bij aan huisaltaar niet aan iets pompeus. Als je om je heen kijkt, kun je ze bijna bij iedereen thuis zien. Plekken die mensen creëren om zich even terug te trekken met spullen die ze graag om zich heen hebben. Dat kan heel gewoon een plank in de boekenkast zijn, een hoekje op het bureau, of de hele bovenkant van het dressoir (waar hoor je dat woord nog). Je zou zo’n speciaal daarvoor ingerichte plek kunnen zien als een huisaltaar: een hoekje voor je ziel, voor je eigen levensverhaal, verbonden met de dingen waarnaar ze verwijzen.

Wat opvalt is hun persoonlijke vormgeving. Een huisaltaar wordt vooral ingericht vanuit een puur persoonlijke beleving. Ieder richt een altaar naar eigen wensen en behoeften in, met materialen en voorwerpen die voor de gebruiker van persoonlijke betekenis zijn. Dat maakt elk huisaltaar uniek. Ieder huisaltaar bevat eigene dingen. Een steen ergens gevonden, ter herinnering aan een bijzonder moment op een bepaalde plaats. Een persoonlijk gebruiksvoorwerp uit de eigen jeugd of van een dierbare. Een kaars of een lampje, als symbool voor een bevlogen gedachtegoed of ter herinnering aan. Portretjes van (overleden) dierbaren. Versierde teksten om over na te denken.

Door het aansteken van een kaars, of van wierook, of door het uitspreken van een gebed of stil te zijn, wordt het altaar 'gebruikt'. Een huisaltaar brengt je in contact met de herinnering aan een overleden dierbare, een hogere wereld, of met momenten uit je eigen levensloop. Het geeft uitdrukking aan iemands persoonlijke en ongebonden spiritualiteit, en vertelt over de innerlijkheid van de gebruiker. Het drukt uit wie je bent, en wie je wilt worden.

Hans Reedijk

Drastische veranderingen
04/10/15

De Protestantse Kerk Nederland (PKN) staat voor 'drastische veranderingen', zei <http://www.trouw.nl/tr/nl/5091/Religie/article/detail/4153656/2015/10/01/Arjan-Plaisier-voortdurende-fusies-zijn-niet-vol-te-houden.dhtml> scriba (secretaris) Arjan Plaisier vanochtend in Trouw. De kerk wordt volgens hem uitgedaagd tot 'een nieuwe onbevangenheid en vrijmoedigheid' als het gaat om het geloof. Hoe reageren kenners?

Hijme Stoffels

Godsdienstsocioloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam
"Het lijkt wel alsof na vele decennia de sociologische realiteitszin is doorgebroken in de kerk. Mijn voorganger aan de VU, Gerard Dekker, riep al in de jaren zeventig en tachtig dat het minder werd. Hij werd weggehoond door de toenmalige kerkleiding. Ik heb het zelf ook meegemaakt. Bij een debat noemde de voorganger van Arjan Plaisier het sociologische somberpraat. In dat perspectief kun je Arjan Plaisier moedig noemen.

"Je kunt je natuurlijk wel afvragen of het wat oplevert. Hoe hij de toekomst van de kerk precies voor zich ziet, blijft toch wel vaag. Wat meer creativiteit en inventiviteit zou geen kwaad kunnen. Ik heb er een hard hoofd in of de kloof tussen de kerk en de rest van de maatschappij overbrugd kan worden.

"Voor dertigers en veertigers is de kerk iets van ouders, grootouders zelfs. Overigens is het toch opmerkelijk dat de protestantse kerk zo hard klaagt dat niemand interesse in de boodschap heeft. Er zijn genoeg minderheidsgroeperingen met wie het prima gaat. Heb jij de vrijmetselarij ooit horen klagen?"

René van der Rijst

Voorzitter van Op Goed Gerucht, een beweging voor progressieve predikanten

"Wij van Op Goed Gerucht zeggen al veel langer: we zijn kerk in een geseculariseerde context. Wij zijn natuurlijk zélf geseculariseerde predikanten. De oude woorden zijn nietszeggend geworden, merk ik in het deel van de kerk waar ik predikant ben. Wat we niet geloven, dat weten we nu wel door theologen als Harry Kuitert. Nu is het zaak weer woorden te geven aan wat we wél geloven.

"Ik ben al afgestapt van het idee dat de kerk alleen gestalte krijgt op zondag. De kerk, dat is ook de koffieclub, de gespreksgroep en het praatje in de supermarkt. Wat hebben we als kerk het hele kerkelijke bouwwerk lang in stand willen houden. Misschien wel te lang. Het is goed dat het nu anders kan. We gaan van een 'organisatiekerk' naar een 'netwerkkerk'. 

"In Haarlem, waar ik predikant ben, denken we na over een café naast de kerk. En dan bedoel ik een café met écht goede koffie en een lekker biertje, hè.  Niet om mensen van het café de kerk in te krijgen, wel om ontmoetingen te hebben."

Gerard de Korte

Bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden
"Ik zou voorzichtig zijn om het idee van 'volkskerk' los te laten. Onze kerken zijn minderheidskerken geworden. Maar wij blijven gericht op alle mensen.  Dat is de roeping van de kerk die universeel wil zijn. Een 'heilige rest-kerk' lijkt mij niet katholiek, in de brede zin van het woord. Op plaatselijk niveau zie ik onze kerken echt nader tot elkaar komen, zeker in het noorden waar de katholieke kerk van oudsher klein is.

"De communie is weliswaar alleen voor rooms-katholieken, maar veel oecumenische vieringen zijn bijeenkomsten van woord en zang. Niet erg, lijkt me. De meeste protestanten vieren ook niet iedere week avondmaal. Oecumene krijgt ook op andere terreinen gestalte. Denk aan diaconaat en catechese.     

"Dat vieringen een 'Chinees schouwspel' zijn voor velen, zoals Arjan Plaisier zegt, herken ik wel. Misschien moeten we weer een periode van inwijding hebben net als in de vroege kerk, de zogeheten mystagogie. Pas als je een bewuste keuze hebt gemaakt, neem je deel aan de eucharistie."

Arjen Mensink

Voorzitter van de Gereformeerde Bond, een behoudende vleugel in de Protestantse Kerk
"Een kerkdienst is voor buitenstaanders soms een Chinees schouwspel, zegt Plaisier. Die uitspraak behoeft enige nuancering. Natuurlijk, mensen van buiten moet je uitleggen wat de liturgie inhoudt. Je hebt het toch over specifieke kerktaal. Maar je hebt het wel nodig. Mijn ervaring is juist dat traditionele liturgie ook veel aantrekkingskracht bezit. Juist vanwege de rust en de orde. Ik denk dat Arjan Plaisier teveel verwacht van veranderingen.

"Toch waardeer ik de eerlijkheid van Plaisier. De kerkelijke organisatie is vaak een enorme last. Ook in plaatsen waar de kerkelijkheid traditioneel hoog is, zoals bijvoorbeeld Rijssen. Daar zijn de ledenaantallen nog steeds groot, maar er is relatief teruggang als je beseft dat er enorme nieuwbouwwijken zijn en de kerk niet groeit. Overigens hoor ik ook van gemeenten waar het zowel wat kerkgang als financiën stabiel is.

"Het is de opdracht van de kerk om vrijmoedig over de heilsfeiten van God te spreken. Het begint in de kerk bij het besef dat God Zijn gemeente in stand houdt. Doe je dat niet, dan wordt het moeilijk."


Nieuws